Leestijd: 3 min (read)

Innovatie heeft de toekomst. Maar als we gevraagd worden om met oplossingen te komen voor de problemen van vandaag en morgen, dan lijken we last te hebben van blinde vlekken. Althans, zoveel kunnen we leren van de paardenpoep-crisis uit de vorige eeuw.

In het boek Superfreakonomics (opvolger van Freakonomics) beschrijven auteurs Steven Levitt en Stephen Dubner een case, die inzicht verschaft in ons probleemoplossend (on)vermogen. De case is gebaseerd op de master’s thesis van Eric Morris, waarmee hij magna cum laude afstudeerde aan Harvard. Morris deed een literatuurstudie naar stadsplanning in de 19e eeuw.

Wat wil het geval. Het transport in een stad als Londen of New York was in hoge mate gebaseerd op paardenkracht. Zo had New York eind 1800 maar liefst 150.000+ paarden rondlopen. Die paarden zorgden dagelijks voor 1,5 miljoen kilo aan paardenpoep en zo’n 150.000 liter aan urine. In andere woorden: de steden stonken. Of zoals Morris het verwoordde: “the stench was omnipresent.”

De algemene opinie was dan ook, dat als steden nog verder zouden groeien, ze zouden verdrinken in de paardenuitwerpselen.

In 1894, the Times of London estimated that by 1950 every street in the city would be buried nine feet deep in horse manure.

Die paardenpoep en urine vormden overigens weer een onweerstaanbare aantrekkingskracht op vliegen, die berucht waren (en zijn) voor het verspreiden van ziekten. Daarmee vormden paarden niet alleen een milieuprobleem van schier ontembare omvang, maar ze verziekten letterlijk de snelgroeiende, grote steden.

Het was dan ook niet vreemd dat er een crisis uitbrak, de zgn. Great Horse Menure Crisis van 1894. En met de sterke groei van de steden in het achterhoofd was het iedereen duidelijk dat de problemen alleen nog maar verder zouden toenemen. Dus werd 4 jaar later een 10-daagse internationale conferentie georganiseerd, waarin stadsplanologen zich maar eens moesten buigen over de paardenpoepproblematiek. Na 3 dagen hielden de dames en heren het voor gezien: ze waren niet in staat een oplossing te bedenken.

In hindsight is dat op z’n minst opvallend te noemen. Een decenium eerder (in 1886) had Karl Benz immers al de Benz Patent-Motorwagen gebouwd, die nog altijd beschouwd wordt als de eerste productieauto met een verbrandingsmotor. Hoe kan het zijn dat ruim 12 jaar na die innovatie géén enkele stadsplanoloog een bruggetje wist te slaan naar die nieuwe technologie, om van daar uit een oplossing te bedenken?

Tunnelvisie
Net als de stadsplanologen van rond 1900 lossen we de problemen van morgen niet op door te turen naar het eind van de tunnel. Wie desondanks toch het licht denkt te zien, weet niet of dat van een tegenligger is, of van een opening 10 meter verderop waar nog net een kat doorheen kan. Zet dus die paardenkleppen af (om maar in het verhaal te blijven) en verbreed je horizon!

Bron: Wikipedia – Ford Model T (Tin Lizzy)

In deze context past ook heel mooi de uitspraak van Henry Ford: “If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses”. Ford introduceerde in 1903 de Ford Model A, slechts 5 jaar na de stukgelopen conferentie in 1898, maar het zou nog een paar jaar duren voor hij doorbrak met de Ford Model T, liefkozend de Tin Lizzy genoemd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.