Als er iets is wat ik mezelf lang verweet, dan is het dat ik niet oorspronkelijk ben. Ik was slim genoeg, maar die slimmigheid was het gevolg van kennis die anderen hadden voortgebracht. Dat is geen kunst, zo hield ik mezelf vaak voor.

Inmiddels begrijp ik dat oorspronkelijkheid alleen kan ontstaan als je voorbij de grenzen van het kennen en kunnen bent gekropen, nàdat je het relevante voorwerk van eerdere pioniers hebt opgezogen en begrepen. Wat daarna rest is het luchtledige – de duizelingwekkende omvang van het onbekende.

De afgelopen maanden ondervond ik wat ‘oorspronkelijkheid’ betekent. En het geeft een gemengd beeld. Enerzijds zijn er de intense geluksmomenten van de epiphanies, anderzijds is er die oorverdovende stilte van het vacuüm.

Soms zweef ik dagen achtereen in een wereld, die alleen ik mijn hoofd bestaat en die ik – in geuren en kleuren – daarna met mijn achterban probeer te delen. De meewarige blikken die me daarbij ten deel vallen neem ik voor lief.

Eens temeer wordt me echter duidelijk dat wat ik mezelf ooit verweet – niet oorspronkelijk te zijn – eigenlijk geen verwijt mag heten. Oorspronkelijkheid vraagt om focus, voortdurende verwondering, grenzeloze passie en extreme volharding. Niet eerder was het tot me doorgedrongen dat ‘oorspronkelijkheid’ veel minder zegt over je intelligentie en zoveel meer over je persoonlijkheid.

Daarom betuig ik hierbij mijn hulde aan al die mensen die voorbij de grenzen van onze kennis en kunde opereerden. Hulde voor de offers die ze brachten, de eenzaamheid die ze trotseerden en het onbegrip wat ze overwonnen. Hulde voor de bescheidenheid die ze toonden, de kennis die ze deelden, en de wonderen die ze mogelijk maakten.

Niets kan voorspellen welke effecten onthullingen hebben, maar ik ben ervan overtuigd dat elke doorbraak waarde heeft. Al ‘zie’ je die waarde als pionier vaak niet. Het luchtledige kent immers geen waardesysteem. Het biedt slechts ruimte voor de onthulling.

Ik durf nu wel te stellen dat ik oorspronkelijk ben. Hoe onnozel het verwijt destijds ook was, het heeft me wel tot dit punt gebracht.

Dat wil allesbehalve zeggen dat dit uitsluitend mijn verdienste is geweest, of een direct gevolg van mijn persoonlijkheid. Minstens zo belangrijk was mijn achterban, mijn vrouw voorop. Alleen al omdat ze naar me bleven luisteren en in me bleven geloven. Uit liefde, uitvriendschap, of gewoon omdat ze nieuwsgierig waren. Naar dat wat er voorbij de grenzen ‘leeft’. Het is vooral dankzij hen dat ik er kon en kan ‘leven’ ..

Dank. Dank. Dank. 1000 maal dank!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here